Gambia


 
7:08 Het eerste telefoontje van deze ochtend. Er wordt gebeld vanuit Gambia. Met een matige verbinding probeert iemand mij te informeren over bloedverlies, drie maanden zwanger en op-vakantie-ver-weg. Ik moet het allemaal even tot mij door laten dringen terwijl de wekker ondertussen dringend en lang rinkelt.
Telefoontjes over bloedverlies bij prille zwangerschappen; dan zullen we diegene altijd op ons spreekuur uitnodigen, zelfs om zeven uur in de ochtend kunnen we daar tijd voor maken. Maar Midden-Afrika?
Ik hoor haar uit over hoeveelheid, duur, wel of geen krampen. Ze stelt voor me een foto te appen. Via mijn privémobiel met WhatsApp-functie is dat wel mogelijk, dus ik dicteer mijn nummer.
Plingpling.
Ik pak mijn bril van het nachtkastje en bestudeer op mijn nuchtere maag een ietwat bloederige foto. Ach, een verloskundige is wel wat gewend, op alle tijden van de dag. Ik zeg oprecht dat ik het vind meevallen. Voor een leek is dit misschien ‘heel veel’, voor mij lijkt het erop dat een gevoelige baarmoedermond iets gebloed heeft. Ze heeft geen krampen of noemenswaardige buikpijn dan misschien die van de zenuwen. ‘Ik kan je gerust stellen, dat ziet er niet uit als een miskraam in gang.’ (En ik bid dat het waar is wat ik zeg)
Hoe kan ik Suzanne en Maarten helpen daar in den vreemde? Ze vliegen dinsdag terug. Dat duurt nog bijna een hele week. ‘Doe rustig aan en ga niet te veel lopen sjouwen, dan wordt het vast weer minder. Jullie hebben al een paar goede echo’s gehad. Dat moet gewoon de baarmoedermond zijn, geen miskraam,’ probeer ik haar te bemoedigen.
Ploink
Gambia-Facebooknieuwtjes-Verloskundigen-connecties: Ellen! De vroedvrouw die met een heuse Stichting een kraamkliniek in Serrekunda, de hoofdstad van Gambia ondersteunt.
Klik klik klik
Mijn brein verbindt al deze informatie razend snel met elkaar.
Ellen is nu in Gambia in die kraamkliniek. Gister zag ik een vrolijk Facebookfilmpje waarin acht kleurrijke vrouwen in een gammel autootje door de straten van Serrekunda crosten. Ik beloof Suzanne dat ik ga proberen om Ellen te bereiken. (God knows how)

Was ik niet degene die in het verleden een dame met onverwacht prematuurgebrokenvliezen met wat googelen, rondbellen en bluffen vanuit mijn luie stoel een Zuid-Limburgsziekenhuis binnenloodste, ben ik niet zelf een aantal malen richting Eemhof-Centerparcs, Nudistencamping of Zeewoldense boerderij geracet om daar onbekende hoogzwangeren te verlossen, of kwamen buitenlandse zwangeren niet onaangekondigd onze praktijk binnenlopen? Rusland, Nieuw-Zeeland, Panama. Omdat ze hier op vakantie of familiebezoek waren.

Ellen gaat mij helpen, dat weet ik nu al. Of ze is er zelf nog, of ze kan me uitleggen waar Suzanne het beste heen kan ter controle. (Fingerscrossed)
Als eerste zoek ik via Google haar praktijk in Arnhem. Puurvroedvrouwen. Telefoonnummer van de dienstdoende; hij gaat één keer over. Het is inmiddels half acht en ik probeer, met niet al te veel haperen, logisch en duidelijk uit te leggen wat er aan de hand is, en wat ik van haar verlang. Zij belooft Ellen op de hoogte te brengen per sms, maar dacht dat ze vandaag aan de thuisreis zou beginnen, en er is tijdsverschil, dus bellen doet ze liever niet.
‘Prima, dank, ik wacht af.’
Ondertussen app ik een foto van de foundation-website richting Gambia. In de hotelkamer hebben ze wifi, dan kunnen ze alvast bekijken waar het is. Mijn hoofd is er vol van, de dag begint hier in Zeewolde, afwachten moeten wij allen.
8:45 Om kwart voor negen belt Ellen vanuit Serrekunda, Gambia.
‘Ja, het is goed als ze komt, ik zal echoën, ik ben er tot half twaalf. Laat haar maar naar de kliniek komen, gewoon door de hoofdingang naar binnen en vraag naar Ellen Plaschek, ze kennen me daar allemaal.’ (Dat wil ik geloven)
Ik beloof haar een column in de Zeewoldense krant over het gehele gebeuren met vernoeming naar haar stichting. ‘…en laat de donaties dan maar binnenstromen,’ voeg ik er aan toe.
Het blijkt lastig om Suzanne terug te bellen omdat hun telefoon is doorgeschakeld naar Maartens compagnon Rene en ze zitten waarschijnlijk niet meer in een wifi-zone. Ik zend het bericht telepathisch: ‘Bel me!’
10:30 Gelukkig, Suzanne belt mij weer: ‘We zijn in het ziekenhuis, maar vinden Ellen niet.’ Het is half elf. We checken nogmaals of ze wel in het juiste ziekenhuis zijn aangekomen.
Weer iets later smsje: We wachten bij de maternityward. Dit bericht zend ik door naar Ellen en ik wacht mee.
11:55 En dan, om vijf voor twaalf, de verlossende sms: We zijn geholpen door Ellen, Echo zag er goed uit. Hartje klopte en kindje bewoog.

Met verende tred vervolg ik mijn weg. Hoera voor deze World Wide Service

Ellen bedankt!

 Hierbij de link naar de website van Puurfoundation en bedankt namens EllenJ

Kinderwens

Kinderen waren welkom, maar niet ten koste van alles. De jaren verstreken en het overkwam hen gewoonweg niet, zwanger worden. Het leven van Sarina en Huib vulde zich met andere bezigheden. Zo vonden ze het heerlijk om bij kennissen, zussen en nichtjes op kraambezoek te gaan.

Sarina nam meestal een mooi gebreid en geborduurd dekentje mee, of een vestje met bijpassend mutsje of wat voor schattigs je maar kunt maken voor pasgeboren baby’s. Het was echt voldoening gevend; het proces van het uitzoeken van stof, wol en patroon, het breien, het borduren, het zorgvuldige inpakken en het uiteindelijke geven van het cadeau. ‘Dat vond ik altijd fijn om te doen,’ hoor ik van Sarina, bescheiden voegt ze er aan toe: ‘…vind ik nogsteeds, priegelen en knutselen.’
‘Maar soms…’ Huib vertelt me over een gezellige verjaarsvisite als treurig voorbeeld van onbedoeld kwetsende opmerkingen; Peutertjes drentelden rond, baby’tjes op schoot. De verschillende moeders namen over en weer de opgroeiperikelen van ieders kindje door. Toen het Sarina’s beurt was, viel er een korte ongemakkelijke stilte.
‘Hoe is het met jouw breiwerkjes?’ vroeg een jonge moeder. Er viel geen stilte, als een soort opluchting voor het aangedragen onderwerp werden de breisels van Sarina geroemd en geprezen. De stilte die niemand bemerkte bevond zich in het hart van Sarina, haar wangen kleurden. Niemand die iets merkte, behalve Huib. Geïrriteerd, omdat tussen de groep moeders van Jantje, Fientje of Daantje, zijn lieve Rina verworden was tot “het vrouwtje van de breiseltjes”, zette hij zijn koffiemok met een resolute bons neer en zei : ‘Weet je wat Rien, we moesten maar eens op huis aan.’

Toen ze na zestien lange jaren wachten zwanger bleek, kon Sarina het niet geloven. Huib wel, direct vol vertrouwen had hij de oude familiewieg opgehaald bij zijn ouders. Sarina’s natuur is van iets terughoudender aard: ‘Zo een zwangerschap… Een kind baren… Ga ik dat redden? Ik ben al bijna veertig…’
Hartverwarmend is het stel tijdens de zwangerschapscontroles. Beiden in pure verwondering. ‘Dat het gewoon allemaal goed gaat.’ Ze moet het iedere keer weer zeggen. Een bloeddruk als van een jonge meid, een baby die goed groeit. Ze mag zelf kiezen waar ze wil bevallen. ‘Thuis!’ zegt ze resoluut, ‘Hoe minder poespas om me heen, hoe beter het ongetwijfeld gaat.’

Als ik om vier uur in de ochtend arriveer, ligt Sarina in een rozegestippelde pyjama op bed heel ingetogen te puffen. Tot onze grote blijdschap, verrassing en verwondering is het bijna zover. ‘Echt niet gedacht, ik dacht; het wordt veel en veel erger,’ zegt ze zachtjes tussen twee weeën door. ‘Blijf maar op je zij liggen, ogen gesloten, we dimmen de felle lichten en we blijven bij je,’ fluister ik terug. ‘Wij gaan wachten tot de goeie krachtige persweeën opkomen,’ zeg ik tegen Huib. Ook al is het midden in de nacht, Huib draagt zijn overhemd. Donkerblauw-wit geruit en onberispelijk gestreken. Had ik hem zeker niet als Hoodieman ingeschat, mis ik wel de stropdas. Dat grap ik tegen hem. Hij grinnikt erom, zo breek ik een beetje zijn spanning. Ondertussen bestel ik kraamzorg en inspecteer de babykamer. In het ledikantje ligt een dekentje klaar. Neutraal van kleur, een bijpassend sloopje met daarop geborduurde beige wolkjes, goudgele sterren, een zon met stralen en een zilveren maansikkeltje. In het midden is strategisch wat ruimte overgelaten, vast en zeker voor de naam.
Ze willen pas na de geboorte ontdekken wat het is. ‘Want dat is toch helemaal niet belangrijk…’ En zelfs het cliché “als het maar gezond is” relativeerden ze: ‘Want je kan van alles laten testen, zeker als je tegen de veertig loopt, maar wat doe je met die informatie? Ons kindje is welkom, hoe dan ook.’

Het persen kost wel wat tijd.  -Tja, wat is wijsheid, toch nog met haar naar het ziekenhuis, onder de TL-balken met alle witte jassen eromheen, of gaan we iets langer door?-  Deze discussie speelt zich af in mijn hoofd... -Uiteindelijk is er ook lang over gedaan om zwanger te worden, wat is een kwartier extra na zestien jaar.-
Daar komt het kruintje tevoorschijn, het hele hoofdje en de voorste schouder. ‘Pak het maar Sarina!’ Met wat hulp trekt ze het kindje naar zich toe. Het natte glibberige wezentje op haar sputtert en beweegt.
‘O, Huib, voel eens hoe warm het is. Voel dan toch hoe warm zo’n baby’tje is.’
Voorzichtig omvat Huib’s grote hand het warme lijfje van zijn kind.
Behalve wat liefelijk babygepruttel, is het verder stil.
De stilte van gevulde harten.

In de kraamweek tref ik Sarina met het sloopje op schoot. Ze borduurt blauwe hartjes met ertussen zijn naam.


                                                                    Y  Joachim  Y

 

@poldervroedvrou

 

Zeven weeën en één perswee


'Niet aanbellen, klop even op het raam, anders worden de jongens misschien wakker.'
Terwijl het DINGDONG door de gang galmt herinner ik me haar verzoek.
Oepsie...
Bij haar oudste zoon was de totale duur van de bevalling twee-en-een-half uur. Erg vlot voor een eerste. Bij zoon nummer twee deed ze het in een uurtje minder, slechts anderhalf uur van de start van de weeën tot kind in de armen.
Op het spreekuur hadden we er al eens over gefilosofeerd: 'Deze keer weer een uurtje korter?'
Nou poeh, baren binnen dertig minuten, ze weet niet of dat is wat ze wil. ‘Dan zal er vast niemand in de buurt zijn om me te bij te staan.’ Die paniek giert, alleen al bij de gedachte, als een vuurbal van boven naar beneden en weer terug door haar lijf om in de keel te blijven hangen.  ‘Brrrr,’ Dat ze die week al wat harde buiken had gehad -die ze zelf niet noemenswaardig vond- vertelt Bert mij. Dat ze vast al iets ontsluiting heeft, tja, dat hoort een beetje bij een derde zwangerschap. ‘Ze durft het huis al bijna niet meer uit,’ hoor ik ook van Bert. Marieke zelf is meer een drager dan een klager.
Wachten we tot deze tikkende tijdbom vanzelf afgaat? Of kunnen we het proces wellicht een klein beetje sturen?

Wanneer ze op een vrijdagmiddag aankondigt drie harde buiken achter elkaar te hebben gevoeld -die klaarblijkelijk nu wel noemenswaardig zijn- én daar terloops aan toevoegt dat ze de slijmprop verloren is, spreken we een tijdstip af dat ons allen schikt; de jongens op bed, rust in huis en dan een keertje goed strippen -tijdens een inwendig onderzoek, als het lukt, de baarmoedermond zo prikkelen dat harde buiken hopelijk overgaan in weeën- Daarna rustig afwachten wat er gebeuren gaat. Ze maakt een opmerking over koffiezetten en verwacht me rond het achtuurjournaal. ‘Dan zullen de jongens in ieder geval liggen.’
En niet bellen, maar kloppen dus.

Marieke doet zelf open. Bert zit klaar voor het nieuws.
Als ik, op deze serene koele vrijdagavond halverwege maart, een paar centimeter soepele ontsluiting toucheer en vervolgens geheel per ongeluk de vliezen breek is de aankomende bevalling een voldongen feit.
Om klokslag acht uur zet de eerste echte ontsluitingswee direct goed door.
En hoe!
Man en vroedvrouw zitten samen op de bank. Wij kijken toe en laten ons koffie inschenken. Marieke moet rondlopen van me en wij starten met het becommentariëren van iedere doorgemaakte wee.

‘Oei!’ zegt ze terwijl ze naar haar onderbuik grijpt.
‘Ha de eerste wee is daar... Eén.’
Ze knikt, want ze herkent het weer. Ja, daar zijn ze…
De pauze benut ze om koekjes bij de koffie te zoeken.
‘Pffff.’ Hoor ik terwijl ze over het aanrecht buigt.
‘Aha. dat zal een tweede wee zijn.’
Een aangebroken pak speculaasjes gooit ze onverwacht bruusk op de salontafel.
‘Hier! Oeioeioeipfffff.’
‘Goh, nu alweer de derde…’
Moeders loopt rondjes om de keukentafel, met allengs driftig wordende stapjes.
In de weeënpauze lacht Marieke om ons enthousiasme vanaf de zijlijn. Maar vlot daarna betrekt haar gezicht wederom.
Daar komt wee nummer vier opzetten en een vijfde.

Ze lacht er niet meer bij. ‘Want,’ sist ze tussen haar opeengeklemde kaken: ‘Nu wordt het menensssspfff.’
Wij geloven haar terstond.
Het bakkie koffie laten we voor wat het is, einde koffiebreak, werk aan de winkel.
We stommelen achter elkaar aan naar boven, Marieke voorop.

‘Ssst, de jongens,’ fluistert Marieke uit gewoonte.
We sluipen op onze tenen over de overloop, om niemand onbedoeld te wekken, maar meer nog om Marieke happy te houden. Marieke strandt net voor het opkomen van de zesde wee naast bed, grijpt zich vast aan de bedrand en briest als een paard.
Brrrrrfffffffh. Brrrrrrrffffffffffh!
Bij de zevende wee voelt ze het drukken.
'Wat wil je, gaan liggen of blijf je staan?'

Ze zegt niks, schudt alleen haar hoofd, maar niet perse omdat ze niet wil gaan liggen. Volledig in zichzelf gekeerd.
Dat barensnood een zo intens heftig omslagpunt kan hebben.
Ze laat zich op haar zij op bed ploffen, draait een kwartslag en Bert en ik helpen haar in één beweging uit broek en onderbroek.
Volgende wee, persen maar...
Met één flinke pers wordt een dochter geboren van ruim acht pond. Een blik op de klok: Half negen!

Dus echt binnen een half uur.
Mijn koffie zal nog warm zijn.

Speculaasje erbij.
Heerlijk!

 
@poldervroedvrou


De namen van 2017

Het jaar startte met Adam, wat een passend begin. Liv was daarna de eerste ‘in Zeewolde geboren’-baby. We registreerden legio kindernamen in onze praktijkagenda, 101 meisjes en 99 jongens. Waar Abel, die op de laatste dag van het jaar werd geboren, de 200 volmaakte. Sowieso opmerkelijk veel Bijbelse namen; Mozes, Ezra, David, Levi, Simon, Naomi en Mattheus, die kortweg Mats wordt genoemd. Elisabeth als roepnaam, maar ook enkele keren als tweede naam. Maria werd in het voorjaar geboren en ruim voor de kerst kwam Jozsef. God werd gedankt in de naamsbetekenis, of in de zorgvuldig geformuleerde tekst op geboortekaartjes. Joëlle ‘geschenk van God’, Jothan ’God is goed’, Nathan ‘God heeft gegeven’, Manuel ‘God is met ons’. Christiaan, de aangewezen volger van Christus. Bij Deontae zit Hij zelfs in de naam verwerkt. Manoah; ‘vrede en rust’ kwam veel te vroeg, woog nog geen kilo, dapper meisje.
Noemenswaardig; Hendrikus/Hendrika als tweede naam, een opvallend traditionele keuze bij Memphis als roepnaam of boerenzoon Lukas en bij Noah in zijn prachtig beschilderde kamertje.
Sterre en Stella stralen ieder op hun eigen manier. Hollandse Joek en Yuksel een echte Bulgaar; zo anders met toch een nagenoeg gelijke uitspraak.
Op een enorme geboortekaart, een heuse plank, stond: ‘Grote avonturen beginnen klein.’ Vermakelijk detail: deze Lyam en een Liam met een i, werden op dezelfde dag geboren. Rif en Rivano vieren hun verjaardag een dagje na elkaar, de overbuurjongens Sep en Sef een ruime week.
Loïs; op haar geboortekaartje lazen we een vertederende quote van grote broer: “Hoera!! De baby is geboren!! ‘Mag ik de hut laten zien?’ ‘Natuurlijk Lucas,’ zei mamma. Ik ging laten zien hoe je moet timmeren, vissen en pianospelen. Dit is nou Vriendschap!!”
Wilke werd niet vernoemd -al leek ons dat een grappige geste- bij Willem en Wilco, maar ze had wel de eer om bij drie meisjes uit één gezinnetje op rij te ‘verlossen’, Teske is daar nu de jongste. Ook assisteerde zij bij vier van de vijf zonen uit één gezin, waar Romee -met zijn vijf kilo (5000gr!) als geboortegewicht- nu de Benjamin is. In dezelfde nacht werd de kleine (4390gr) rebelse Milou geboren.
Frey, met als tweede naam Seppe, kreeg de prachtige Nirvana-songtekstregel ‘Come as You Are’ mee als boodschap voor het leven, Zoë betekent Leven, Mayse Sierlijk, Noa Bewegelijk en Noah Rust. De Iranese Tara blijkt ook een hoge heuvel in Ierland, Pola uit, inderdaad, Polen. Een Polderwijkjongetje had Elvis kunnen heten, maar er werd voor Memphis gekozen. (Dus niet vanwege die voetballer.) Micha schrijf je zo: МИЩА in het Russisch. De meeste (doop-) namen kreeg Kaiana Elisabeth Lee Breese, zij werd in vliegende vaart in bad geboren met op haar geboorteaankondiging een originele Hawaïaanse boodschap: Ko Aloha maka mae e ipo; Lieveling, je bent zo kostbaar! Namen als een liedje; Leyla got us on our knees. Zelfs haar naam is mooi; Julia.
Yasmijn en Yasmine, Nikki en Nicky, Noor, Nora en Nora-Lynn. We hebben een Ivy, een Noa, en een Ivy-Noa. Originele namencombinaties, zoals ook deze; Loena-Jíleah en Amy-Jane.
Scandinavië is goed vertegenwoordigd dit jaar met onder andere; Emil, Kay en Kjel. De kostbare Friese Djurre -duur- en Calle, waar Marianne ‘Call the midwife’ naspeelde.
Dertien juli was een speciale datum dit jaar. De geboortedag van Miley, Amira, Lars, Sven en Ryan*. De laatste mag ook hier genoemd worden, net als de lieve Chanel* van afgelopen november.
Er wordt ieder jaar wel een Charlotte, Elin of een Elisa geboren, maar Zeewolde had, tot nu toe, nog nimmer een Wiebke, Belmiro of een Bonita.
Zoontje Noël en dochter Lotte, wat hebben zij gemeenschappelijk? Beide moeders zijn verloskundige. Met het meisje haar komst vierden we ‘de Nationale dag van de verloskundige’. Noël werd één keer gekozen als tweede naam, maar die van ‘ons’ kreeg Benvenuto, wat meteen zijn kwart Italiaanse afkomst verraad. Welkom in Zeewolde jongen!
De H is van Harvey, maar ook van Hugo en de meisjes Haçer en Huda, waar we Turkse en Syrische invloeden ontdekken. De laatstgenoemde was een onverwachtplotselinge AZC-thuisgeboorte onderleiding van Kirsten.
Randell en Lamar kunnen zo in een rapgroep, Rhodyn aan het werk als DJ en Shane als You-tuber. Lennox klinkt als een hoogstoriginele hippe naam, het blijkt een Schotse edelman uit Shakespeare’s MacBeth.
Matroosje Luka met zijn geinige driedimensionale geboorteboot wensen wij een behouden vaart. Luca als jongensnaam of Loeka voor een meisje, Luke, Luuk; in al zijn vormen is sowieso het vaakst gekozen als voornaam of tweede naam.
Wat zijn de verschillen; Jax of Jazz. Apart hè, hoe enkele letters het verschil maken. Is Jasper meer traditioneel en Jess dan weer modern? Plus de meest gekozen naam in ons dorp; Jesse. Welkom zijn ze allen; de kleine peanut Jaran bij al zijn huisdieren en de aan de ‘Kalverstraat’ geboren Jochem. Nee, niet die dure Amsterdamse winkelstraat, maar gewoon tussen de landerijen in een gezellige boerderij naast de kalverenstal waarop we het humorvolle straatnaambordje ontdekten.
Jacco en Wilbert zijn boerenbuurjongens, lekker oer-Hollandse namen op twee belendende boerderijen.
Jaylinn, Lindy, Maelynn, Maline, Féline, Marly, Marlinde, Jorinde, Maëlle, Joëlle, Noëlle.
Lente, Jinthe, Jildau. Kiezen voor een eerste en een tweede naam. Gina Sophie of Sophie Dia, Sten Fedde, Fedde Jack of slechts Jack. Franse namen en bloemetjes: Amélie, Lilli, Lily-Rose Rosaly, Madelief, Isabel en Isabella. Zorgvuldige gekozen accenten aigú en gràve, wel of geen trëma of juist zo fonetisch mogelijk gespeld een y of een i, een c of een k: Esmée, Loïs, Viene, Evi, Evy, Oskar, Kasper, Coen en Cas.
Bobbie, Robin, Avery, Puck, Sacha; het zijn allen meisjesnamen. In het huis van de uit Zeewolde verhuisde Fleur woont intussen alweer Lexy, de babykamer mocht roze blijven, en ‘scheetje’ Fleur was welkom bij grote broer en zus. Daan en Dean, Damian en Dylan. De illustere Mr. Jim. De namendiscussie we houden er zo van en vinden het een eer om als eersten de naam te vernemen. Gijs, Bram, Kenji, Kian, Tygo, Vince. Olivier van de olijfboom afgeleid en Laith; Syrisch voor Leeuw.
Roan, Noan, Novan, allemaal met liefde gegeven. Dania, Claudia, Lisa, Vera, Victoria en Laura. Leanne, Maud, Meike, Megan, Milan. Stoere Pien, gelukkig zonder de allitererende achternaam van haar moeder, dito voor Femke. Bijna alle letters van het alfabet zijn vertegenwoordigd, zelfs de X van Xavi. Deze letter is trouwens wel vaker als eindletter te vinden; Dex en Alex. Ook de Q van Quinn, waarin de trend van dubbele laatste medeklinker in te vinden is gelijk bij Sepp, Tess en Finn.
Slechts één letter ontbreekt (weer). De U. We zullen buurvrouw Ulina vragen of zij ervoor zorgt dat in 2018 een kleinkind naar haar vernoemd wordt.


De Poldervroedvrouwen Marianne Wilke en Kirsten

Snert, Stamppot en Spoed


 
Halverwege de middag belt Anneke over gelig vochtverlies.
Ik raad haar aan een origineel kraamverband in te doen en mij weer te bellen als ze wat kan laten zien. Om vijf uur ben ik bij haar, het ruikt er heerlijk naar eigengemaakte snert, ik snuif eens diep. Zij drentelt onrustig rond. Er staat een grote pan op het fornuis, door de glazen deksel is de groene soep met stukjes prei, wortel en rookworst te zien.
Eén steek had ze gehad sinds het vochtverlies en een onbestemd gevoel onderin. Maar nog geen noemenswaardige weeën, alleen dat vocht.
Op mijn verzoek haalt ze het kraamverband, waarin ze wat had opgevangen, van boven.
Gelig, had ze gezegd aan de telefoon.
Geel is meestal gewoon afscheiding, of misschien zelfs urine. Vruchtwater is rozig, doorzichtig, soms met witte vlokjes.
Als het vruchtwater groen ziet, is dat over het algemeen niet wat we willen. Dan heeft het baby’tje erin gepoept. Misschien vanwege stress, misschien louter omdat zijn darmen vol zitten. De regel is: Insturen om de conditie van het kindje tijdens de ontsluitingsperiode te in de gaten te houden met een babyhartslagmeter, ( Cardio-Toco-Grafie, kortweg CTG)
Als ze beneden komt, sta ik gedachteloos in de soeppan te staren.
Het verbandje, wat ze een beetje gegeneerd aan mij showt, laat geen twijfel voor mij als vroedvrouw.
Dit is GROEN, lichtgroen met enkele slijmerige donkergroene brokjes.
(Euhm… Ik heb nooit beweerd dat mijn werk altijd even smakelijk is hè?)
Hein moet uit zijn werk komen, de kleine jongen zal bij de buurvrouw blijven en ik wil Anneke naar het ziekenhuis sturen ter controle. Hartslag klinkt goed, er is geen directe haast.
‘Vraag je man thuis te komen, geef hem als eerste een bakkie soep.  Jij moest het maar niet eten, te zwaar op de maag als je daarna nog gaat baren. Bel mij als je man thuis is, dan meld ik je aan bij het ziekenhuis en kunnen jullie vertrekken.’
‘O, dan ga jij niet mee?’
‘Tja, je heb nu geen weeën, ze doen eerst CTG. Mocht je vanavond of vannacht gaan bevallen, dan mag je me bellen.’
Ik ging naar huis om mijn eigen winterkost te maken. Spruitjesstamppot. De vlotste manier is; reeds geschilde aardappels en schoongemaakte spruitjes koken, spekjes bakken, soms een gesnipperd uitje erbij, stampen, beetje melk, in een ovenschaal, met de juiste mise-en-place heb ik het binnen een half uurtje in de voorverwarmde oven. Twintig minuten op 180 graden. Hoppa.
17:46 Hein: ‘Ik ben er en trouwens; ze heeft nu weeën.’
Ik: ‘Ik zal het ziekenhuis op de hoogte brengen, ga maar.’
Klinisch verloskundige meldt dat ze vol liggen.
Ik bluf: ‘Doe me dat niet aan, ze zitten al in de auto…’
Binnen twee minuten belt ze terug. Ze gaat plek maken.
Thank You Lord.
17: 55 Hein: ‘Anneke vraagt zich af of ze nog wel in de auto kan stappen… Wat moet ik doen?’
Ik resoluut: ‘Inladen en gas op de plank!’ Hein weet natuurlijk niets van mijn voorbede om Anneke binnen de krijgen op de verlosafdeling en daarbij had ik gehoopt dat ze al vertrokken waren.
Wat ik wel weet, is mijn toezegging van bijstaan.
De oven gaat uit. Ik sms mijn man enkele instructies en vertrek met gezwinde spoed.
Om 18:15 belt Hein mij: ‘We zijn er. Welke ingang?’
Om 18:25 ploft Anneke op het verlosbed, de vertraging zat hem in drie -intussen- serieuze persweeën bij ingang, lift en hal. Het kenmerkende oerlawaai vanuit het halletje alarmeerde de hulptroepen.
Om 18:27 arrivé Poldervroedwoman. Ik gooi de vroedcape af en stort me in het baringsgeweld.
Om 18:34 mag Anneke voluit persen.
Om 18:42 is de zoon geboren, met een kruintje vol groene smurrie.
*Moet ik voor je over houden, of mag het op?* smst mijn man.

 

@poldervroedvrou

Contrasten


‘Graag zou ik met een ruggenprik bevallen.’
Het was niet de allereerste zin die ze uitsprak, maar wel degene die bleef hangen.
Veerle, geboren en getogen in België, getrouwd met Brandweerman Maarten, de liefde die haar in ons kleine polderdorp had laten wortelen. Veel van onze gewoontes had ze zich eigen gemaakt. Maar nu Hollands bevallen? Dat nooit.
We praatten lang, we praatten breed. Ze ging een keer op gesprek bij de gynaecoloog. De zwangerschap verliep zonder al te veel problemen.
‘Mag ik in het bad van het geboortehuis bevallen?’
Deze vraag kwam van Erna. Zij had gelezen over de behaaglijkheid van het warme water en dat leek haar wel wat. We praatten kort en ik zei: ‘Een badbevalling lijkt mij een uitstekende keuze.’

En zo bevinden we ons halverwege een mistige novembernacht, waar in huize Brandweerman ‘den arbeid zijn aanvang heeft genomen’.
Toevallig was ik vlak daarvoor bij Erna geweest, vliezen gebroken en een aarzelend begin van weeën.
‘Gaan jullie vast die kant op?’ had ik Erna gevraagd. Harold sjouwde al met Maxi-Cosy en vluchtkoffertje. ‘Laat het bad maar vollopen. Zie ik jullie daar.’
Veerle heeft voldoende ontsluiting voor het echte pijnstillingswerk.
Grote ogen in het hoofd, hyper van de hele happening. Onze brandweerman heeft kleine oogjes. Hij had een enorme brand moeten blussen op een vrachtwagenbedrijf en was 24uur in touw geweest.
Ik bel met de verlosafdeling van het ziekenhuis, meld mijn cliënte met het epidurale-verzoek aan en vertrek zelf richting geboortehuis, pakweg drie lange gangen verwijderd van de medische verloskamers.

Erna dobbert in het warme bad. In de bevalkamer naast de onze wordt onder veel enthousiaste aansporingen een Puttens baby’tje geboren. We volgen het stilletjes, af en toe kijken Harold en ik elkaar aan. Erna heeft zich verstopt onder een washandje, zij lijkt niks te merken, soms horen we zelfs een snurkje. Op de andere kamer wordt het ook stil, op een sporadisch babyhuiltje na.
Bij ons lijken de weeën een beetje weg te vallen.
Zo werd het een bijzonder serene aangelegenheid.
Na lang wikken en wegen, afwachten, wachten, nog langer wachten en meer gesnurk, besluiten we richting verlosafdeling te verkassen om weeënopwekkers te verkrijgen.
Wij belanden op kamer drie.
Op twee ligt Veerle.
Ik tref haar met dezelfde grote ogen in het hoofd, blonde haren plakkerig langs de wangen. Linkerarm infuus, rechter automatische bloeddrukmeter, inwendige registratie, een catheter en het slangetje vanuit de rug voor de pijnmedicatie. Volledig gebonden aan draden en apparatuur. Qua ontsluiting is ze even ver als Erna, qua Zen-modus zit ze er mijlen vanaf. Ze woelt door het bed, heeft jeuk, is misselijk en heeft het afwisselend heet en koud. Ik heb het met haar te doen en blijf bij haar. De ruggenprik moet uitwerken om persweeën te voelen. Ik wil gedag zeggen op drie, maar Veerle laat met niet meer gaan. Ze mag persen, en dat doet ze uit alle macht, terwijl het been aan mijn kant niet doet wat zij wil. Iedere wee til ik het voor haar op en geef het aan alsof het een los attribuut is, zoals het been van een willekeurige etalagepop.
‘VEER, kom op zet door!’ moedig ik haar aan. Haar dochtertje Jade wordt kwart voor vijf in de middag geboren.
Verloskamer drie was leeg en verlaten toen ik daar terug kwam. Het zoontje van Erna was om half vijf per keizersnede gehaald.

Later vertelde Veerle me wat ze het vreselijkst had gevonden; dat ik VEER riep in plaats van Veerle, daardoor was ze harder en harder gaan persen waar ik bozer en bozer leek.
Het gaf haar het idee te falen. Terwijl ik dacht; een ruggenprik, amai, daar is niks makkelijks aan zeg…
Daarom zei ik: ‘Welnee Veerle. Poldervroedvrouw is fier op u!’

 

@poldervroedvrou

 

De Kneep


Soms komt het zomaar ter sprake: Hoe deed je dat toen de kinderen klein waren?
Euhm, ik had oppas rondom; grootouders in het dorp ten alle tijden inzetbaar; flexibele man; lieve kinderen en meelevende zwangeren. Af en toe, op zaterdag, mocht mijn jongste dochter mee op kraambezoek. Voor haar het uitje van de week, vooral als we het zo uitkienden dat we er waren tijdens het babybadderen.
Maar waar zat hem nou ‘de kneep’ in deze herinnering?
September 1999
Frederique is een beetje ziekjes en mag ‘bedje op de bank’. Dekentje, televisie met VHS-videoband van Sneeuwwitje, drinken, knuffels erbij, lekker uitzieken. Oudste gaat naar school en moeders heeft dienst maar geen bevalling aan de gang.
‘Ik kan je ook naar oma brengen hoor,’ zeg ik. Maar ja, oma heeft geen Disneyfilms, en tekenfilmpjes kijken, is nu juist het fijne van een beetje ziek zijn. Om half elf rent Sneeuwwitje voor de tweede maal huilend door het donkere bos en ik moet dringend een enkele kraamvisite.
‘Blijf jij hier zoet tv kijken? Ik ben zo weer terug.’ Ze roept: ‘Voohoor!’ en gebaart dat ik opzij moet.
10:35 Mobiel in mijn zak en huistelefoon met snelkiestoets op de salontafel.
‘Toemaar,’ spreek ik mezelf toe, het duurt minstens een half uur voor deze video teruggespoeld moet.

10:47 ‘TiedelidieTiedelidom.’ HOME, lees ik op mijn Nokia.
‘Mamma, ik heb meekup op en de kneep om, nu ben ik Superman.’
‘Wat?’
‘De rode kneep, je weet wel, van Superman.’
Ik herinner me vaag de mantel van Sinterklaas onderin de verkleedkist helemaal op zolder.
‘Schatje, ik ben bijna weer thuis, blijf je alsjeblieft gewoon in de huiskamer?’ Mijn stem klinkt een octaaf hoger dan gewoonlijk.
Voor de make-upsessie moet ze sowieso naar boven zijn gelopen. Ik visualiseer een besmeurde badkamer met waterproof mascara op mijn witte handdoeken, oogpotlood-blauw op de spiegel, rode lipstick-klodders in de wasbak en rougepoeder overal. Ze is gek op die met glitters en de grote kwast.
De paar straten van de kraamvisite naar huis zijn voldoende om alle mogelijke scenario’s door mijn hoofd te laten afspelen. Inclusief l’ histoire de Pippi Langkous…
Adrenaline giert. Bonkend klopt het hart in de keel met uitschietende steken naar mijn maag.
Pippi!
Zoveel jaren geleden, ik was pas tien, maar het tafereel staat me ineens weer glashelder voor de geest. De hoofdrolspeler hier was mijn jongste broertje.
‘TollaheeTollahooTollahupsakee!’
Zingend huppelde hij door de dakgoot terwijl mijn moeder koortsachtige pogingen ondernam hem te bewegen weer door het dakraam naar binnen te klauteren, zonder hem te laten schrikken of wankelen.
‘Ach, ons huis heeft geen dakkapel, en zelfs geen dakgoot waar ze in kan klimmen,’ hoor ik mezelf mompelen tijdens gas geven, remmen, schakelen en sturen.
Het blijkt maar weer dat alles kan, gaspitten aandraaien, voordeur openen voor vreemde mensen, de schaar in de gordijnen zetten, of in je eigen haar. Nu ik er zo over nadenk, dat haarknipscenario hebben we zelfs al eens gehad dankzij oudste zus.
Ik mopper op mezelf.
Volgende keer gewoon naar oma!

Als ik thuis kom, ligt madame prinsheerlijk op de bank. Of er niets gebeurd is, wuift ze met een koninklijk gebaar naar haar onderdaan. ‘Ha mam.’ Ik mis het ‘bedje op de bank’-dekentje. O, daar heeft ze de kat mee toegedekt. Ervoor in de plaats heeft ze de ‘kneep’ -onze roodfluwelen verkleedcape met zijn glimmend gouden binnenvoering- gracieus om zich heen gedrapeerd. Enkel het glazen kistje ontbreekt. Een paar blauwgeschminkte ogen kijken me liefjes aan, de lippenstift, tezamen met –onmiskenbaar- een chocoladespoor, zit voornamelijk uitgesmeerd over haar linker pyjamamouw. Sneeuwwitje danst met de prins, de zeven dwergen Johoo-en er omheen.
Zo te zien is alles goed gekomen.

@poldervroedvrou