De Kneep


Soms komt het zomaar ter sprake: Hoe deed je dat toen de kinderen klein waren?
Euhm, ik had oppas rondom; grootouders in het dorp ten alle tijden inzetbaar; flexibele man; lieve kinderen en meelevende zwangeren. Af en toe, op zaterdag, mocht mijn jongste dochter mee op kraambezoek. Voor haar het uitje van de week, vooral als we het zo uitkienden dat we er waren tijdens het babybadderen.
Maar waar zat hem nou ‘de kneep’ in deze herinnering?
September 1999
Frederique is een beetje ziekjes en mag ‘bedje op de bank’. Dekentje, televisie met VHS-videoband van Sneeuwwitje, drinken, knuffels erbij, lekker uitzieken. Oudste gaat naar school en moeders heeft dienst maar geen bevalling aan de gang.
‘Ik kan je ook naar oma brengen hoor,’ zeg ik. Maar ja, oma heeft geen Disneyfilms, en tekenfilmpjes kijken, is nu juist het fijne van een beetje ziek zijn. Om half elf rent Sneeuwwitje voor de tweede maal huilend door het donkere bos en ik moet dringend een enkele kraamvisite.
‘Blijf jij hier zoet tv kijken? Ik ben zo weer terug.’ Ze roept: ‘Voohoor!’ en gebaart dat ik opzij moet.
10:35 Mobiel in mijn zak en huistelefoon met snelkietoets op de salontafel.
‘Toemaar,’ spreek ik mezelf toe, het duurt minstens een half uur voor deze video teruggespoeld moet.

10:47 ‘TiedelidieTiedelidom.’ HOME, lees ik op mijn Nokia.
‘Mamma, ik heb meekup op en de kneep om, nu ben ik Superman.’
‘Wat?’
‘De rode kneep, je weet wel, van Superman.’
Ik herinner me vaag de mantel van Sinterklaas onderin de verkleedkist helemaal op zolder.
‘Schatje, ik ben bijna weer thuis, blijf je alsjeblieft gewoon in de huiskamer?’ Mijn stem klinkt een octaaf hoger dan gewoonlijk.
Voor de make-upsessie moet ze sowieso naar boven zijn gelopen. Ik visualiseer een besmeurde badkamer met waterproof mascara op mijn witte handdoeken, oogpotlood-blauw op de spiegel, rode lipstick-klodders in de wasbak en rougepoeder overal. Ze is gek op die met glitters en de grote kwast.
De paar straten van de kraamvisite naar huis zijn voldoende om alle mogelijke scenario’s door mijn hoofd te laten afspelen. Inclusief l’ histoire de Pippi Langkous…
Adrenaline giert. Bonkend klopt het hart in de keel met uitschietende steken naar mijn maag.
Pippi!
Zoveel jaren geleden, ik was pas tien, maar het tafereel staat me ineens weer glashelder voor de geest. De hoofdrolspeler hier was mijn jongste broertje.
‘TollaheeTollahooTollahupsakee!’
Zingend huppelde hij door de dakgoot terwijl mijn moeder koortsachtige pogingen ondernam hem te bewegen weer door het dakraam naar binnen te klauteren, zonder hem te laten schrikken of wankelen.
‘Ach, ons huis heeft geen dakkapel, en zelfs geen dakgoot waar ze in kan klimmen,’ hoor ik mezelf mompelen tijdens gas geven, remmen, schakelen en sturen.
Het blijkt maar weer dat alles kan, gaspitten aandraaien, voordeur openen voor vreemde mensen, de schaar in de gordijnen zetten, of in je eigen haar. Nu ik er zo over nadenk, dat haarknipscenario hebben we zelfs al eens gehad dankzij oudste zus.
Ik mopper op mezelf.
Volgende keer gewoon naar oma!

Als ik thuis kom, ligt madame prinsheerlijk op de bank. Of er niets gebeurd is, wuift ze met een koninklijk gebaar naar haar onderdaan. ‘Ha mam.’ Ik mis het ‘bedje op de bank’-dekentje. O, daar heeft ze de kat mee toegedekt. Ervoor in de plaats heeft ze de ‘kneep’ -onze roodfluwelen verkleedcape met zijn glimmend gouden binnenvoering- gracieus om zich heen gedrapeerd. Enkel het glazen kistje ontbreekt. Een paar blauwgeschminkte ogen kijken me liefjes aan, de lippenstift, tezamen met –onmiskenbaar- een chocoladespoor, zit voornamelijk uitgesmeerd over haar linker pyjamamouw. Sneeuwwitje danst met de prins, de zeven dwergen Johoo-en er omheen.
Zo te zien is alles goed gekomen.

@poldervroedvrou

 

Call the Midwife!


Ik kijk graag naar die televisieserie. Het verhaalt over verloskundigen in het arme Londen uit de jaren 60. Het is werkelijkheidsgetrouw en verloskundig-accuraat. Ik leef dan ook helemaal mee met de hoofdpersonages.
Zo ging een aflevering over een onverwachte stuitbevalling thuis, waarin de verloskundige/ hoofdrolspeelster een moment naar de gang ging om zichzelf moed in te spreken. Tegen de barende zei ze: ‘Ik ga mijn spullen bij elkaar pakken, het komt helemaal goed.’ In de gang ademde ze een keer heel diep in en uit en sprak zichzelf zachtjes toe. Tegen de kale muur fluisterde ze het stappenplan behorende bij de “Onverwachte-Stuitbevalling-Thuis” en ik dacht; ja, zo heb ik ook een keer gestaan in exact dezelfde spanning. Enkele tranen welden onvoorzien over mijn oogranden en een tikje emotioneel constateerde ik dat de actrice haar rol eersteklas speelde, inderdaad, zo gaan die dingen.
‘Slik.’
Ik huil ervan, ik smul ervan en ik leer ervan; in Engeland wordt bijvoorbeeld vaak in zijligging bevallen, dit leek mij ronduit onhandig. Zelf opgeleid in de jaren 80 waar we leerden dat een vrouw ‘gewoon’ op haar rug ligt tijdens de baring; en dat wij haar ‘verlossen’, superhandig en overzichtelijk voor de hulpverlener; de ‘verlosser’…
Intussen een ‘vroede’(wijze) vrouw geworden, ken ik geen enkel zoogdier dat zijn kleintje ruggelings ter wereld brengt. De natuur bedacht het anders. Maar hoe fiks je dat zo soepeltjes mogelijk?

Ik kijk een episode waarbij een -of course, het is een actrice, dat weet ik wel, maar ze speelt het buitengewoon levensecht- oude kloosterzuster de geboorte begeleid. De barende ligt op haar zij, met de rug naar de non toe. Zij is in hemelsblauw habijt, met losse witte hemdsmouwen tot haar oksels tegen de spetters. Ze zit op de rand van het bed. Het bovenste been van moeders legt ze op haar schouder en het kindje wordt geboren, ze draait het voor de buik van de moeder en laat het been weer zakken. Ik spoel de opname enkele keren heen-en-terug. ‘Je mond staat open!’ zegt mijn dochter. ‘Nou, zie je dat, wat een handige manier!’ Als ik haar vraag voor mij proef te liggen, schudt ze lachend haar hoofd. ‘Nee mam, doe lekker effe normaal.’

Dan maar in de praktijk een proefpersoon zoeken.

Bij Francien van der Bosch valt alles op zijn plek. Zij blijft de hele tijd rondlopen, want ze kan echt niet liggen of zitten. De struise vrouw van één meter 86, stampt  flink door tijdens de wee, wordt zelfs een beetje duizelig en ik zie de persweeën steeds heftiger door het lijft gieren.
‘Francien... Ga alsjeblieft liggen voor je omvalt!’ Zelf wil ze er nog niet aan. ‘Ik kan nu NIET hier op mijn RUG gaan lig-gen, GRRRR,’ puft ze in een nette frequentie van drie op één uit.
Opeens ploft ze op haar zijkant in het verhoogde bed, met de rug naar me toe. Zich vastklampend aan Evert, samen de wee opvangen, terwijl ik uitstekend zicht heb op alles wat er vanonder gebeurt.

Daar!
Zonder zogenaamd-hygiënisch gesteven hemdsmouwen, en zonder zedige witte muts, maar in stone-washed-slimfitstretch spijkerbroek, mouwloos zwart T-shirt, latex handschoenen-maat-zeveneneenhalf, en de babyhaartjes komen in zicht. Ik moedig aan: ‘Geef er maar aan toe!’ en zijg neer op het randje. Dan pak ik  het bovenliggende been bij de enkel en leg hem in mijn nek. Zo is er precies genoeg ruimte om de baby geboren te laten worden.

Toen de zoon -ruim acht pond en 55(!)centimeter lang- er helemaal uit was, verbaasde Francien zich over het feit dat alles alweer achter de rug was.

‘Achter je rug ja,’ zei ik, ‘daar gebeurde van alles!’

En dat vond ik nou weer een goeie grap.

 

@poldervroedvrouw

Telefonische LOI-cursus 'Bevallen voor Beginners'


 

Deze keer eens een belevenis van mijn collega Wilke  

 Als midden in de nacht de telefoon gaat, denk ik het nummer op mijn schermpje te herkennen. Inderdaad, John van Angela. Elkaar noemen ze Sjonnie en Ansj. Ik heb ze al vaker aan de lijn gehad. Het nummer is een makkelijke combinatie van vijven en zevens. Het stel zelf is een tamelijk opmerkelijke combinatie van donkere uitgroei in blonde haren, gouden kettingen, tatoeages met doorgestreepte eeuwige liefdes, dit mede omdat zij haar derde kind gaat krijgen, terwijl het zijn allereerste wordt. Het gesprek is kort en ik ben meteen uit de startblokken. De enkele woorden die Sjon en ik met elkaar wisselden in combinatie met de gezellige achtergrondgeluiden geheel verzorgd door zijn eega Ans zijn genoeg om mijzelf in de hoogste versnelling te zetten. In de auto gaat de mobiel weer, ik wurm het oortje in, geef gas, spreek, rij, schakel, luister, stuur, geef nog meer gas, instrueer, denk na terwijl mijn hersens stil lijken te staan, of is het mijn hart.
Sjonnie ziet namelijk haartjes, denkt hij, zegt hij. Ik hoor Angela nog intenser kreunen.
‘Zuchten Sjon, zuchten met Ans!’
Ik roep het door de telefoon, alsof ik daarmee zijn Ansj kan bereiken. John zet zijn telefoon op speaker, zo heeft hij zijn handen vrij en zo komen ook de achtergrondgeluiden naar de voorgrond. De situatie klinkt onhoudbaar.
‘Het hoofdje stEEkt er half uit.’
Zijn stem slaat er van over. Mijn hart slaat over. Ans is even stil.
Rotondes op twee wielen, bochten in zijn vier. Nu is het mijn Opeltje dat kreunt. Ans gilt hoog.
‘Het hoofdje steekt er nu helemaal uit!’
In mijn hoofd probeer ik me een voorstelling te maken van de situatie, Ans op bed, met de benen wijd-tenminste, dat mag ik hopen- John op zijn knieën ernaast -en ja, ook dat mag ik hopen-.
Ik haal adem en druk het gaspedaal volledig in.
‘Draait het hoofdje? Ja, okay, goed zo. Pak het hoofdje, tussen je handen. Laat Angela persen, en duw het hoofdje richting matras. ANSJ PERSEN!’
Ik hoop via de speaker Angela te overtuigen om flink mee te persen.
‘Er glimt iets blauws… Ertussen.’
Flut. Navelstreng.
‘Haak je vinger er maar omheen en haal over het hoofdje, dat is de navelstreng. Geeft niets.’
Ik bluf, ik schakel, en bid dat de streng niet te strak zit. Weer roep ik PERSEN richting Ans.

Woonwijk in aanbouw, onverlichte obstakels

‘Wheeee,WHEEEEE, WHEEEEEEEEE.’
Het huilt. Een diepe zucht ontsnapt me. Het huilt, hoera, dat klinkt als muziek in de oren.
‘Afdrogen Sjonnie, afdrogen en toedekken.’

 Het glimmendnieuwe streeploze asfalt leidt mij in het donker richting hun kale onaffe straat. Zandbakken als parkeerplaatsen. Als een mug in de nacht vlieg ik richting het enige fel verlichte huis. Gordijnen hangen er zo te zien nog niet. Ik parkeer in het zand en ren in een rechte lijn via de openstaande voordeur de trap op naar hun slaapkamer.
Angela ligt ietwat scheef in bed, ze straalt, haar kind netjes toegedekt met een…
Tja, wat is het eigenlijk? Een vaal roze badjas of badcape. De voeten steken parmantig in roze varkenskopsloffen, één pyamabroekspijp hangt om het linker varken. Een plasje vruchtwater staat in de matraskuil, de navelstreng loopt als een telefoonkoord tussen haar benen naar de, onder het badstof verstopte, baby. Alles is roze, inclusief de pasgeborene.
Ik reset mezelf even.
Handschoenen aan, droog matje onder Ans, aan de buik voelen hoe het met de nageboorte is gesteld. John mag de navelstreng doorknippen. Geen hechtingen, perfect.
Sjonnie en Ans hebben een zoon van krap zes pond, Mitchell Ricardo Wesley.
Ik kan voortaan telefonische LOI-cursussen geven voor thuisbevallingen zonder deskundige hulp.

 

@Polderverloskundige Wilke

Vikingvader


Dat mannen niet kunnen multitasken, is een bekende bewering. Multitasken; het uitvoeren van meerdere handelingen of processen tegelijkertijd. Vrouwenwerk dus. Maar na het observeren van de bezielde bevallingsbegeleiding door een iconische aanstaande vader -we zullen hem Sweyn Førkbeard noemen, losjes gebaseerd op de gelijkenis tussen een vroegmiddeleeuwse Scandinavische koning met een vorkvormige baard en onze eveneens bebaarde held- kan ik niet anders dan mijn woorden terugnemen.

We waren in het ziekenhuis, dat wilden we eigenlijk niet, maar zo gaat het soms. De ontsluitingsweeën waren heftig en er ontstond een dynamische routine rond iedere wee met King Førkbeard als aanvoerder van de troepen. Het ging als volgt; Een koel washandje op het voorhoofd van Cynthia, wee komt op, washandje zakt over ogen, dus: ‘Weg!’ en wel meteen. Spugen, kotsbakje, ‘Nu!’ Washand terug. Liefst: ‘Kouder! Natter!’ Een klein slokje drinken via een rietje. ‘Genoeg!’ Cynthia had het warm en draaide door het bed als een wildzwijn aan het spit.
De verpleegkundige wilde graag de kinderlijke harttonen registreren. Daarvoor had ze een elastische band om de buik van Cynthia gebonden waarmee een grote platte dop op zijn plaats werd gehouden. Het geluid van de  hartslag werd zo via een speakertje voor ons hoorbaar, een digitaal pennetje schreef mee op het ritme, waardoor een kriebelig lijntje af te lezen was op ons beeldscherm en op het scherm in het kantoortje van de klinisch verloskundige. De band zat niet goed omdat Cynthia om en om draaide. De continuïteit van de registratie was waardeloos. De verpleegkundige dreigde op strenge toon: ‘Als het zo blijft, moet je inwendige registratie.’

‘Nee!’ zei Cynthia: ‘Dat wil ik niet!’ daarop nam Sweyn de knop in zijn hand en hield deze, vanaf dat moment continue, waar zijn vrouw ook heen draaide of woelde, op de juiste plek. Voor al deze acties zijn technisch gezien meerdere handen nodig. Washandje, een glaasje water, kotsbakje, tussendoor zelf een boterham eten en een bakkie koffie drinken. Staand torende hij hoog boven Cynthia uit, voor zitten had hij geen rust in zijn gat. Had ik al gezegd dat hij 1,90 m is bij, pakweg, zo'n 125 kilo? In korte broek ging hij subiet op zijn blote knieën, precies op oog- en oorhoogte van zijn geliefde Cynthia. Moed influisteren en in zich laten knijpen. Sweyn Førkbeard ging er voor, wee na wee na wee.

Ik mocht coachen bij het persen. Het werd een prachtig leermoment voor de protocolfetisjistische pleeg, want mijn barende zei: ‘Ik kan toch niet plat op mijn rug liggend poepen?’ Nee natuurlijk niet, als peuter leer je netjes op een toilet te gaan, zonder toeschouwers. In het ziekenhuis echter, ben je letterlijk gebonden aan die registratiedraadjes, infusen en metertjes. Bewegingsvrijheid, autonomie, onafhankelijkheid, het is allemaal wat lastiger.

Twee jaar ervoor werd de blonde, bekoorlijke, lelieblanke Swendsdåtter Førkbeard geboren, ik was benieuwd of deze ‘Baby2’ de kwart Indische roots uit de genen van Cynthia zou erven. Donkerbruine ogen, getinte huid en een hoofd vol donker haar.
Cynthia riep dat ze nu echt  MOEST. (poepen red.)
Ik zei: ‘Ik maak van jouw bed en Koninklijke troon.’ Daarvoor ging de rugleuning helemaal omhoog en het voeteneinde naar beneden met uitgeklapte voetsteunen; stirrups waar je je voetzolen tegenaan kunt zetten. ‘Nou,’ zei die verpleegkundige: ‘Dit heb ik nog nooit meegemaakt.’
‘Zo leer je weer eens wat,’ zei ik een tikje snibbig. De klinisch verloskundige knipoogde naar me en tipte ons over handvaten aan iedere zijkant. Cynthia greep ze beet, zette zich schrap met de voeten tegen de stirrups en verbaasde ons allemaal -incluis haarzelf-  door met enkele keren hard drukken de Pindababy Made-Raja  (Koningskind2) de wereld in te persen.

@poldervroedvrou

Liefelijk

Sommige weeën noemde ze liefelijk. Als ze zo’n ‘liefelijke’ wee had, draaide ze sierlijk met de polsen en wapperden haar handen in de lucht, alsof ze een verfijnd klassiek muziekstuk dirigeerde. Liefelijk, zo zag het er ook uit. Ze glimlachte erbij.
Nimmer had ik een barende het woord liefelijk horen gebruiken in relatie tot af-en-aan golvende weeënpijnen.
De rest van het verhaal is verre van liefelijk. Naarmate de nacht vorderde, kreeg de hardcore variant namelijk flink de overhand op de liefelijkheid van de ontsluitingsweeën.
Woo-Hoo!
De gracieus wuivende handen, waar mijn brein onhoorbaar een bijpassend klassiek muziekje onder neuriede, balden zich plotseling tot vuisten, sloegen met afwisselend vuist en vlakke hand ritmisch op het hoofdkussen en grepen vervolgens partner Pim stevig bij de lurven. (Voor wie wil weten waar de lurven zich bevinden; ergens tussen je kladden en je hurken, de afdrukken zijn waarschijnlijk nog te bezichtigen op het lijf van de onfortuinlijke Pim.) Knokkels trokken wit weg, er werd gestampt, gevloekt en getierd, ik vreesde voor de nachtrust van de buren. Er paste precies een heel couplet van Blur song 2 in het hoogtepunt van de wee.

Woo-hoo!
When I feel heavy-metal
And I'm pins and I'm needles
Well, I lie and I'm easy
All the time but I'm never sure
Why I need you
Pleased to meet you

 Wie de videoclip ooit zag weet hoe de zanger van muur naar muur stuitert en hoe hij zijn Woo-Hoo! in de microfoon grungt, waarna het couplet dynamisch gezongen/geschreeuwd wordt.
Pleased to meet you, inderdaad, opnieuw voorstellen, want de Grunge-Eveline kende ik nog niet. Power en passie. Ook Pim moest wennen aan deze dynamische versie van zijn vrouw.
De ontsluiting vorderde snel, wat de heftigheid van iedere niet-liefelijke wee verklaarde. Tot de laatste centimeter erg op zich liet wachten, toen werd het werkelijk afzien.
De videoclip leek op repeat te staan. Woo-Hoo! Er kwam geen einde aan. Moe van het staan, liggen lukte echter niet. Bij het opkomen van iedere wee sprong Eveline op en zocht naar de lurven van Pim. In mijn hoofd startte het repeating-couplet van de Blur song, en wel op vol volume
Woo-Hoo!
‘DIT IS HEEL HEFTIG!´ siste Eveline beleefd tussen haar opeengeklemde kaken door. We geloofden het onmiddellijk.
Opeens zag ik mezelf liggen, bijna 25 jaar geleden, toen ik mijn man Ben opdroeg om de verloskundige te waarschuwen. ´JE MOET NU BELLEN!´ siste ook ik toentertijd. De spijlen van het bed stevig omklemd, witte knokkels. Het bed rammelde ervan. De manier waarop Ben onze verloskundige op de hoogte bracht, klonk als de omschrijving van een scene uit ´The Exorcist´; waar de hoofdrolspeelster een priester vertelt welke gezellige hobby´s zijn moeder in de hel kan uitoefenen om daarna groene smurrie te kotsen.

Na een dolle rit richting ziekenhuis voor pijnstillingsmedicatie om die venijnige laatste centimeter dragelijker te maken, arriveerden we op de verloskamers met adequate persweeën.
De pins and needles ebden weg.
Daar was Alex.
Al wat overbleef, was een liefelijk pleased to meet you .

Woo-Hoo!

 

@poldervroedvrou

BABY'S


Vooropgesteld; ik ben geen verloskundige geworden enkel en alleen omdat ik baby's zo schattig vind en ze constant in mijn armen wil houden.
Het gaat me om de mens in het algemeen. De bijzondere band met elk stel dat zich meldt voor het laten begeleiden van hun zwangerschap. Het zit hem in het onbeschrijfelijke wat je iedere keer mag meebeleven bij het zien van een geboorte. Een hoofdje wat tevoorschijn komt, het lijfje, en daar is opeens een baby. Roze huilend en een beetje verfomfaaid vanwege de tocht door het krappe baringskanaal. Als ze dan zo vers bij mamma op de borst liggen, en ik zie de blijdschap, de ontlading, de stiekeme traan bij pappa, de opluchting en de onvoorwaardelijkheid van liefde, ja, dan kan ik wel zeggen: 'Dit is het plaatje waar ik enorm van houd.'

'Wat goochel je toch met onze baby,' zei mijn broer toen ik zijn dochtertje, na haar geboorte, woog, opmat, beluisterde en met vaste hand van top tot aan de petieterige teentjes secuur nakeek. Hij bewonderde mijn handigheid, -hij had mij nooit live aan het werk gezien- en verbaasde zich over de relaxedheid waarmee de baby zich door mij liet onderzoeken. Was ik tot dan toe slechts zijn kleine zusje. 'Stond daar -bij onverwachte afwezigheid van de gynaecoloog en plotselinge aanwezigheid van onbedwingbare persdrang- opeens Mevrouw de Verloskundige,' vertelde hij me later. Ook al was ik in eerste instantie incognito mee ter support, ook al was ik in een voor mij vreemd ziekenhuis en ook al liet ik me bijna overrulen door een coassistent die op wachten aandrong.

Toentertijd was ik ruim tien jaar verloskundige en na het wisselen van enkele blikken met mijn verhit strijdende schoonzus begreep ik; "wachten" is geen optie hier, en zo coachte ik mijn eigen nichtje soepeltjes de wereld in. De gynaecoloog verscheen pas halverwege de derde acte, net toen de placenta spatloos het opvangbekkentje ingleed. De dokter knikte goedkeurend, plaatste mij zonder enige aarzeling "in charge": 'Jij kunt het kind ook nakijken?' en verdween ijlings weer van het toneel, de panden van zijn onbespetterde doktersjas vrolijk achter hem aan flapperend. Ik was me onbewust van mijn zogenaamde goochelarij. Het zijn Haptonomische handgrepen die ik ooit leerde, waarbij het kindje zich voegt naar je hand. Als je in die tien jaar ruim duizend baby's in handen hebt gehad, voelt het allemaal zo vanzelfsprekend. Dat het op gegoochel lijkt voor het toekijkend publiek, heb ik niet meer door. Handigheid zou ik het noemen.

Ik, die vroeger amper een baby mocht vasthouden van mijn moeder: 'Nee Majanne, doe maar niet, jij laat toch altijd alles vallen.' Een uitspraak die mijn broer vast ergens in zijn achterhoofd had opgeslagen, net zoals de boze kleine ik. Misschien koos ik daarom voor dit beroep. Gewoon om mijn moeder het tegendeel te bewijzen. Al zal ik zelden een baby ongevraagd uit de wieg halen, bij een: 'Wil jij even vasthouden?' strek ik mijn armen subiet naar de kleine uit.
'Ja! Hier met dat wolkje.'

 

@poldervroedvrou

 

 

Verloskundige worden


 
Er porren een paar vingers in mijn zij.
Prik prik prik.
Wat is er aan de hand?
Ik draai me half richting de veroorzaker van het prikaccident. Een beetje lomp komt mijn “Huh?” eruit.
Het geprik komt van Jeanne, onze nieuwe stagiaire. Ze zit op een krukje schuin achter me. Haar opdracht voor deze ochtend; meekijken.
‘Mevrouw heeft haar benen over elkaar…’ fluistert ze me toe.
Ik weet niets anders te doen dan nogmaals “Huh?” te zeggen.
‘Je mag de benen niet over elkaar hebben, als er bloeddruk gemeten wordt.’
Ik speur onder mijn bureau door, en inderdaad, de zwangere dame in kwestie heeft het ene been elegant over de ander geslagen. Haar uitgestrekte arm ligt ontspannen klaar om de bloeddruk te laten meten. Met een grap probeer ik me uit de situatie te bluffen.
‘Joh, we zijn hier niet op de Intensive Care.’ Me tijdens de net gestarte meeloopdag op de vingers laten tikken door een eerstejaars, oei, dat kan een gezellige stage worden. Maar okay, ze heeft een punt, als ik kennis wil overdragen aan the next generation, dan moet dat wel correct.
‘De volgende mag jij doen, ga je gang…’
Dat Jeanne voor iedere bloeddrukmeting ellenlange tijd nodig heeft om de controle uiterst nauwkeurig te verrichten, in doodse stilte en met een doodernstig gezicht, is vervolgens niet anders. Al doende leert men, ooit ben ik ook zo begonnen.

We krijgen een vraag over laboratoriumuitslagen. In ‘Jip en Janneke’-taal leg ik de zwangere uit over het ijzergehalte, de verhoudingen en labwaardes. ’Hemoglobine is het ijzer, Ferritine is de voorraad en het MCV is… is, tja, hoe dik of dun je bloed is.’ Simpel gezegd, maar over het algemeen helder genoeg voor de gemiddelde leek.
‘Mean Corpusculair Volume,’ wordt er achter me gefluisterd.
Geen geprik deze keer, maar ik reageer als door een wesp gestoken. ‘Wat?’
‘Het meet de gemiddelde grootte van erytrocyten.’
Ik kan het eenvoudigweg niet uitstaan dat deze wijsneus mij overtroeft en merk liefjes op: ‘Dan kan je in theorie wel zeggen; hoe gevulder de rode bloedlichaampjes, hoe dikker het bloed?’
Ze zal het na het spreekuur voor me gaan uitzoeken, zegt ze, of dat goed is.
Een meisje met pit.
Eigenlijk geweldig.
Ego opzij.
Het is me er eentje.

Jeanne wil zo graag een geboorte meemaken. We polsen Mariska, onze hoogstzwangere. Woensdag wordt Mariska ingeleid. We vragen of de student het geboorteproces mag meebeleven, al is het nu op de verloskamers van het ziekenhuis.
En zo komt het dat Jeanne haar allereerste ‘live’- bevalling bijwoont.
Een dochter van ruim acht pond komt blèrend ter wereld, overwinning bij mamma, tranen bij pappa. Jeanne huilt onbevangen met hem mee.
Superspannend, supergaaf, vermoeiend-lang, enerverend, ontroerend, onbeschrijfelijk-bijzonder, geweldig. Het zijn enkele reacties van Jeanne op mijn ‘Hoe was het?’-vraag. Ik onderdruk de neiging om haar een stevige moederlijke hug te geven.
‘En, wil je nogsteeds verloskundige worden?’ plaag ik haar.
Ik weet het antwoord al voor ze het me na een vergenoegde zucht, laat weten.
‘Meer dan ooit!’
Dat wordt er eentje!

@poldervroedvrou